El sol se ocultaba ya; las nieblas ascendían del profundo seno de los valles; deteníanse un momento entre los obscuros bosques y las negras gargantas de la cordillera, como un rebaño gigantesco;
De zon ging al onder; de mistschillen kwamen op uit de diepe valleien; ze bleven even hangen tussen de donkere bossen en de zwarte kloven van het gebergte, als een gigantische kudde.
después avanzaban con rapidez hacia las cumbres; se desprendían majestuosas de las agudas copas de los abetos e iban por último a envolver la soberbia frente de las rocas, titánicos guardianes de la montaña que habían desafiado allí, durante millares de siglos, las tempestades del cielo y las agitaciones de la tierra.
Daarna gingen ze snel verder naar de toppen; ze kwamen majestueus tevoorschijn uit de scherpe toppen van de sparren en gingen uiteindelijk het trotse gezicht van de rotsen bedekken, de titanische bewakers van de berg die al duizenden jaren de stormen van de hemel en de bewegingen van de aarde hadden getrotseerd.
Los últimos rayos del sol poniente franjaban de oro y de púrpura estos enormes turbantes formados por la niebla, parecían incendiar las nubes agrupadas en el horizonte, rielaban débiles en las aguas tranquilas del remoto lago, temblaban al retirarse de las llanuras invadidas ya por la sombra, y desaparecían después de iluminar con su última caricia la obscura cresta de aquella oleada de pórfido.
De laatste stralen van de ondergaande zon kleurden deze enorme wolken van mist in goud en paars. Ze leken de wolken aan de horizon in brand te stoken, gaven een zwakke gloed op het kalme water van het verre meer, trilden als ze zich terugtrokken uit de vlakke gebieden die al in de schaduw waren gehuld, en verdwenen nadat ze met hun laatste kus het donkere kruis van deze golf van porfier hadden verlicht.
Los postreros rumores del día anunciaban por dondequiera la proximidad del silencio.
De laatste geluiden van de dag kondigden overal de naderende stilte aan.
A lo lejos, en los valles, en las faldas de las colinas, a las orillas de los arroyos, veíanse reposando quietas y silenciosas las vacadas; los ciervos cruzaban como sombras entre los árboles, en busca de sus ocultas guaridas;
In de verte, in de valleien, op de hellingen van de heuvels, aan de oevers van de beekjes, zag men de kuddes rustig en in stilte grazen; de herten bewogen zich als schaduwen tussen de bomen, op zoek naar hun verborgen schuilplaatsen.
las aves habían entonado ya sus himnos de la tarde, y descansaban en sus lechos de ramas; en las rozas se encendía la alegre hoguera de pino, y el viento glacial del invierno comenzaba a agitarse entre las hojas.
De vogels hadden hun avondliederen al gezongen en rustten in hun bedden van takken; in de rozen ontstak het vrolijke vuur van dennen en de ijskoude wind van de winter begon zich tussen de bladeren te doen voelen.